Het medeleven van de regering en de minuut stilte in het Parlement zullen wel oprecht geweest zijn, maar dit kan het schrijnende falen van Justitie en de verpletterende verantwoordelijkheid van de politiek niet verdoezelen. Nordine Amrani had op die noodlottige 13de december gewoon in de gevangenis moeten zitten. Dat is de simpele waarheid. Het bloedbad dat hij in Luik aanrichtte had niet mogen gebeuren. ‘Dit was niet te voorspellen’, klinkt het nu. ‘Absolute veiligheid bestaat niet’ en ‘dergelijke drama’s zijn nooit uit te sluiten’. Dat kan best zijn, maar Amrani past niét thuis in het rijtje van Anders Breivik, Hans Van Themsche of Kim De Gelder, ogenschijnlijk goed functionerende individuen die uit het niets opduiken en zich plots ontpoppen tot moordmachine. Nordine Amrani was géén onbekende bij het gerecht en niét onzichtbaar voor de radar van de politiediensten. Integendeel, de man had een goed gevuld strafblad met meer dan 20 veroordelingen: gaande van inbraken, over drughandel en verkrachting tot verboden wapenbezit. Maar veel tijd heeft hij niet doorgebracht in de cel. Voor de verkrachting kreeg hij een straf van twee jaar met uitstel en zes maanden effectief. Maar die moest hij niet eens uitzitten. Volgens juridische bronnen was de verkrachting ‘geen zwaarwegend feit’. Amrani ontliep - wegens een procedurefout - ook zijn straf nadat de politie bij hem thuis een heus wapenarsenaal had aangetroffen. Dankzij een gunstig psychiatrisch rapport kwam Amrani in oktober 2010 vervroegd vrij: "Hij vormt geen groot risico op recidive voor zware feiten." Intussen weten we beter.